Ben jij directeur-grootaandeelhouder (DGA) van een BV? Dan sta je elk jaar voor dezelfde vraag: hoeveel neem ik als salaris en hoeveel laat ik als dividend uitkeren? De juiste verhouding bespaart je duizenden euro’s per jaar. In dit artikel leggen we uit hoe je het gebruikelijk loon bepaalt, wanneer dividend fiscaal aantrekkelijker is dan salaris, en welke valkuilen je moet vermijden.

Wat is het gebruikelijk loon in 2026?

De Belastingdienst verplicht je als DGA om jezelf een marktconform salaris uit te keren. In 2026 is het minimum gebruikelijk loon vastgesteld op €56.000 per jaar, tenzij je kunt aantonen dat een vergelijkbare functie in loondienst minder oplevert. Dit is het zogenaamde DGA-salaris. Kies je een te laag bedrag, dan kan de Belastingdienst een correctie opleggen — met rente en boete.

Salaris versus dividend: de fiscale vergelijking

Salaris wordt belast in box 1 (progressief, tot 49,5%), terwijl dividend wordt belast in box 2 (24,5% tot €67.804 en 31% daarboven in 2026). Dat lijkt een groot verschil, maar vergeet niet dat dividend pas uitkeerbaar is nadat de BV vennootschapsbelasting heeft betaald (19% tot €200.000 winst, 25,8% daarboven). De effectieve druk op dividend komt daarmee rond de 40–45% uit.

Voor elke euro die je uitbetaalt geldt dus een andere optimale mix afhankelijk van je totale inkomen, je BV-winst en je vermogen in box 2. Een eenvoudige vuistregel: laad eerst je verplichte gebruikelijk loon op, benut daarna lagere tariefschijven van box 2 voor dividend, en parkeer de rest als eigen vermogen in de BV voor toekomstige vermogensopbouw.

Vijf strategieën om slim uit te keren

1. Benut de eerste schijf van box 2. In 2026 betaal je slechts 24,5% box 2-belasting tot €67.804 aan dividend. Veel DGA’s laten deze schijf onbenut.

2. Spreid dividend over jaren. Door niet alles in één jaar uit te keren blijf je onder de hoge schijven en voorkom je piekbelasting.

3. Gebruik de fiscale eenheid voor dividend tussen holding en werk-BV. Dividend tussen BV’s binnen een fiscale eenheid is vrijgesteld via de deelnemingsvrijstelling.

4. Combineer met pensioenopbouw buiten de BV. Sinds de Wet toekomst pensioenen kun je als DGA fiscaal aftrekbare lijfrentepremies storten — met dezelfde aftrek als werknemers.

5. Overweeg een excedent-regeling. Voor het deel van je loon boven de aftoppingsgrens kun je via een nettolijfrente alsnog fiscaal vriendelijk vermogen opbouwen.

Veelgemaakte fouten

De meest voorkomende valkuil is een te laag gebruikelijk loon zonder onderbouwing. De Belastingdienst kijkt naar vergelijkbare functies, en een correctie werkt vijf jaar terug. Een tweede valkuil: dividend uitkeren zonder formeel AvA-besluit en uitkeringstoets door het bestuur. Zonder deze toets ben je als bestuurder hoofdelijk aansprakelijk voor de uitkering.

Rekenvoorbeeld 2026

Stel, je BV maakt €200.000 winst. Je neemt €56.000 salaris (gebruikelijk loon). Na vennootschapsbelasting van 19% over €144.000 blijft er €116.640 over. Daarvan keer je €67.804 dividend uit (eerste box 2-schijf) en houd je €48.836 in de BV. Je netto-privé: €41.800 salaris + €51.192 dividend = €92.992 netto. De rest bouwt vermogen op in de holding voor toekomstige investeringen of pensioen.

Conclusie

De slimme mix tussen salaris en dividend is geen eenmalige keuze maar een jaarlijkse afweging op basis van je winst, privé-inkomen en lange-termijndoelen. Door gebruikelijk loon correct te onderbouwen, box 2-schijven te benutten en vermogen in de holding te parkeren, haal je structureel meer rendement uit je BV. Laat je bijstaan door een fiscalist voor een jaarlijkse DGA-check — de besparing verdient zichzelf meestal tienvoudig terug.