Ontslag contract

Wie vermogen opbouwt, rekent met een vast inkomen als fundament. Valt dat weg door ontslag, dan begint een overbrugging die maanden kan duren. De meeste mensen gaan pas na hun laatste werkdag rekenen: wat dekt de WW, hoe lang houd ik het vol? Dat is de verkeerde volgorde. Verdien je meer dan het maximumdagloon, dan dekt de WW maar een beperkt deel van je oude salaris. En de omvang van je buffer ligt grotendeels vast op het moment dat je tekent. De echte financiële planning zit dus niet in de begroting achteraf, maar in je vaststellingsovereenkomst, waarin je samen met je werkgever je ontslag regelt.

Wat de WW wel en niet dekt

De WW vergoedt de eerste twee maanden 75 procent van je laatstverdiende loon, daarna 70 procent. Dat klinkt ruim, maar er zit een plafond op. Het UWV rekent met een maximumdagloon van 309,91 euro (sinds 1 juli 2026). De maximale WW komt daarmee uit op 5.055 euro bruto per maand in de eerste twee maanden, daarna 4.718 euro. Verdien je 7.500 euro bruto per maand, dan houd je vanaf de derde maand dus nog geen twee derde daarvan over. Je vaste lasten lopen intussen op het oude niveau door. De WW is een vangnet, geen inkomensvervanging. Hoe hoger je salaris, hoe groter het deel dat je zelf moet overbruggen.

Je buffer bepaal je aan de onderhandeltafel

De wettelijke regels voor ontslag bij vast contract geven je een bodem: de transitievergoeding. Die bedraagt een derde maandsalaris per dienstjaar (artikel 7:673 lid 2 BW). In 2026 geldt een maximum van 102.000 euro, of een jaarsalaris als dat hoger ligt. Een manager met vijftien dienstjaren en 7.500 euro bruto per maand, inclusief vakantiegeld, komt uit op 37.500 euro. Bij een vaststellingsovereenkomst is die bodem geen vast recht meer, maar het startpunt van je onderhandeling. Hoe dunner het dossier van je werkgever en hoe groter zijn haast, hoe meer je handtekening waard is. Minstens zo belangrijk is de einddatum. Je WW gaat pas in na de opzegtermijn die je werkgever had moeten aanhouden, de zogeheten fictieve opzegtermijn. Spreek dus een einddatum af die daarop aansluit. Elke maand die je langer doorbetaald krijgt, is een maand die je buffer onaangetast laat.

Twee lekken die je nog moet dichten

Ook een goede vergoeding lekt weg als de details niet kloppen. Het eerste lek zit in de finale kwijting, de slotbepaling waarmee jullie verklaren niets meer van elkaar te vorderen te hebben. Posten die je niet apart benoemt, verdwijnen daarmee: een bonus over het lopende jaar, niet-opgenomen vakantiedagen, een nog niet afgerekende winstdeling. Zet ze op papier en zonder ze uit van de kwijting. Arbeidsrechtjuristen aan werknemerszijde, zoals die van Onbezorgd Ontslag, halen zulke posten er bij een controle als eerste uit. Het tweede lek is timing. Vraag je WW uiterlijk binnen een week na je eerste werkloosheidsdag aan, anders kort het UWV op je uitkering.

Onderhandel eerst, budgetteer daarna

Zuinig leven tussen twee banen scheelt je hooguit een paar honderd euro per maand. Een goed uitonderhandelde vaststellingsovereenkomst scheelt al snel een paar maandsalarissen: een hogere vergoeding, een latere einddatum, posten die buiten de kwijting blijven. De grootste financiële beslissing van je overbrugging neem je dus op de dag dat je tekent. Steek je energie eerst in de onderhandeling, daarna pas in de begroting.